Er zijn verschillende soorten toetsenboorden zowel wat toetsen betreft als toetsenindelin. Bijvoorbeeld:
Het americaanse type heeft een dollar teken boven de cijfer toets 4. Het engelse type heert hier een pond teken.
OP een americaanse toetsenboord beginnen de alpha toetsen met de tekens QWERTY. Het wordt dan ook een qwerty toetsenbord genoemd. Een belgische toetsenbord begint met AZERTY en wordt ook zo genoemd.

Een characterset van het programma Character Map
Clipart tekens?: probeer de lettertypen Webdings en Wingdings!!!
Een uitstekende manier om speciale tekens in te voeren is met behulp van een Alt + numerieke code toetscombinatie . De code vindt je bijvoorbeeld op het internet De site van Tuxx beveel ik aan. Hier vindt je ook erg veel handige computer informatie.
De tekens kunt je in een windows omgeving toepassen door de ALT toets ingedrukt te houden en tegelijkertijd de betreffende cijfercombinatie in te toetsen. Voor het euroteken typt u de ALT combinatie: "ALT + 0128" in.
Let op! Deze methode werkt alleen met de cijfer toetsen van het numerieke blok rechts van het toetsenbord. Als je zo'n blok niet hebt, zoals in geval van een laptop, moet je andere manieren toepassen. Bijvoorbeeld het Windows programma Character Map gebruiken. Deze vindt je via Start > Alle programma's > Accessoires > Systeem gereedschap > Character Map.
Hier kun je alle speciale toetsen van het ingestelde lettertype (character set) vinden en kopiëren. Je zult eventueel het lettertype van je tekstverwerker op deze set in moeten stellen.
We behandelen hier uitsluitend de werking van de speciale toetsen in een Windows teksteditor of tekstverwerker.
Dit zijn de pijltoetsen Pijl links, PIjl rechts, PIjl omhoog, Pijl omlaag, en de speciale toetsen Insert, Delete, Home, End, Page up (PgUp), Page Down (PgDn).
Je kunt de pijltjestoetsen gebruiken om het invoegpunt horizontaal en verticaal te verplaatsen. Hiermee maak je kleine stappen, telkens een teken horizontaal of een regel verticaal. Als je de toets ingedrukt houdt dan worden de bewegingen snel herhaald. Je ziet dat het invoegpunt niet voorbij het einde van het document kan bewegen. Bereikt het het einde van een korte regel dan springt het invoegpunt naar de volgende regel.
Houdt je daarbij de Control (Ctrl) toets ingedrukt terwijl je de pijltjestoetsen gebruikt dan worden de verplaatsingen vergroot. Horizontaal telkens met een woord, verticaal telkens met een paragraaf.
Met de Home en End toetsen wordt het invoegpunt naar het begin of einde van een regel verplaatst. gebruikt. Houdt je daarbij de Control toets ingedrukt dan spring je ineens naar het begin of einde van het document.
De toets Insert kent twee modes: tussenvoegen en
overschrijven.
Normaal wordt deze op tussenvoegen ingesteld. Bij het invoeren
van een teken schuift de achterliggende tekst gewoon op. Is deze toets op overschrijven ingesteld
dan wordt over de achterliggende tekst heen geschreven. Wanneer per ongeluk
de Insert toets wordt ingedrukt komen veel beginners (en
soms gevorderden) hiermee in de problemen
Dus wees gewaarschuwd!
De toets Delete wist het teken rechts van het invoegpunt.
De toets Page Up (PgUp) en Page Down (PgDn) verplaatsen het invoegpunt telkens een sprong verticaal, en wel ter grootte van het werkpaneel van het venster.
De werking van de toetsen in het numerieke blok rechts op het toetsenboord
(op een desktop computer) is afhankelijk van de toets
Num Lock. Is deze actief - meestal brandt een led lampje
- dan kun je numerieke tekens invoeren. Is de numerieke functie uitgeschakels
dan werken ze als navigatie-toetsen. Let op! Hierbij werkt de nul tpets (zero)
als Insert toets.
Persoonlijk gebruik ik deze blok voor navigatie omdat de Home, End, PgUp en PgDn toetsen makkelijk binnen bereik zijn. Alleen bij het intensief invoeren van cijfers - in een spreadsheet bijvoorbeeld - schakel ik de Num Lock functie in.
Deze gebruikt in formulier om aan te geven dat het invoeren van een stuk tekst gereed is. Bij het aanmelden bijvoorbeeld. In een tekstverwerker voert de Enter toets een regel- of paragraaf-einde in.
De toetsen Shift en Caps Lock worden gebruikt om hoofdletters in te voeren, tevens de bovenste tekens op toetsen met twee tekens waaronder de cijfertoetsen van het alpha-numerieke blok.
De toets Control (Ctrl) is een combinatie toets. Deze
versterkt in het algemeen de werking van de navigatie toetsen, maar ook de
toets Delete. De toetsencombinatie Control - Delete verwiijdert
een heel woord bijvoorbeeld.
Bovendien wordt deze toets in sneltoetsen combinaties
voor menu's gebruikt. Dit wordt meestal naast menuopties aangegeven. Voorbeeld:
de toetsencombinatie
Control - S opent het venster Opslaan als (in
het engels Save as)
Met de toetsencombinaties Control - + (plusteken )en Control
- - (min teken) kun je de schermlettertype vergroten/verkleinen.
Met de toets Windows met de Windows logo open je, en sluit, de Start menu.
De toets Alt is ook een combinatietoets. Bijvoorbeeld in combinatie met een cijfer code kun je speciale tekens invoeren. De toetscombinatie Alt - F4 sluit het actieve venster. Vele programma's gebruken deze toets om speciale functies van dat programma uit te voeren.
Tenslotte de toets Snelmenu met een pictogram van een dubbele menu opent de snelmenu van het actieve venster. Je kunt de Escape (Esc) toets gebruiken om de weer te sluiten.
De functietoetsen kunnen per programma verschillende functies uitvoeren. In het algemeen zal de toets F1 de hulpmenu openen. De toets F2 laat je een bestandsnaam veranderen. Oude versies van de tekstverwerker WordPerfect werden vroeger uitsluitend met de functietoetsen bediend. Kenners (typisten) konden hiermee supersnel werken. Tegenwoordig geeft men er de voorkeur aan de muis en taakpictogrammen.
De toets Escape biedt in het algemeen iets ongedaan te krijgen. Bijvoorbeeld een geopende hulpvenster of menu kun je met deze toets weer sluiten. Ook de Starmenu.
Wanneer ingeschakeld zorgt de toets Scroll Lock dat bij het scrollen het invoegpunt op dezelfde positie blijft terwijl het venster verschuift. Tegenwoordig wordt het hoofdzakelijk alleen in spreadsheets (MS Excel) toegepast.